Expositie Papendrecht

KUNSTENAARS

De plaats van het beeld correspondeert met het nummer op de kaart.
Namen staan alfabetisch.

Lucien den Arend (1) Cor van Gulik (13) (14) (15) (16)
Joost Barbiers (2) (3) Ewerdt Hilgemann (17)
Henk van Bennekum (4) Gerard Höweler (18)
Natasja Bennink (5) Ton Kalle (19) (20)
Petra Boshart (6) Caius Spronken (21)
Kees Buckens  (7) Erik van Spronsen (22)
Jan Asjes van Dijk (8) Georgi Tchapkanov (23)
Maïté Duval   (9) (10) Jan Timmer (24) (25) (26) (27)
Maria Glandorf  (11) (12) Catharina van de Ven (28)

0-drechtoevers-catlogus-papendrecht-2016-2

Lucien den Arend (1)

1-drechtoevers-2014-lucien-den-arend-3

(1) Lucien den Arend, 2.2.3d.2, 1985/2008; gecoat staal; 500 x 500 x 500 cm

Dordrecht, 1943
California State University, Long Beach USA | Academie voor Beeldende Vorming Tilburg
Woont en werkt in Kangasniemi Finland
www.denarend.com

De beeldelementen lijn en vlak en de doorlopende verbinding daartussen vormen de basis voor de beelden van Lucien den Arend. Zijn sculpturen zijn uitgevoerd op basis van mathematische principes en krijgen daardoor zowel een streng uiterlijk als een heldere vorm. Continuïteit, evenwicht, logica en methode zijn de belangrijkste aspecten in zijn werk dat is uitgevoerd in uiteenlopende materialen als cortenstaal, aluminium, roestvrijstaal, steen, hout e.a. In werken van de laatste 15 jaar worden de zelf opgelegde rigide regels van het constructivisme, waarin vooral de rationele kant overheerste, doorbroken door het toepassen van een organische vormentaal, waardoor de emotionele kant sterker naar voren komt. Het zoeken naar de essentie van de lijn is de rode draad in het werk van Lucien den Arend

Joost Barbiers (2) (3)

(2) Joost Barbiers, Echo, 2012; wit graniet; 50 x 120 x 200 cm

(2) Joost Barbiers, Echo, 2012; wit graniet; 50 x 120 x 200 cm

Velsen, 1949 – 2015
Rijksacademie van Beeldende Kunsten Amsterdam
Woonde en werkte in Amsterdam
www.joostbarbiers.nl

Aanvankelijk werkte Joost Barbiers als steenbeeldhouwer met marmer en kalksteen, later gebruikt hij steeds meer het hardere graniet. In zijn werk komt bij het hakken altijd iets van het materiaal naar voren dat hij gebruikt bij de ontwikkeling van zijn idee dat niet in een concept te vangen is. Het is niet verwonderlijk dat hij met deze weloverwogen en veel tijd en fysieke energie vergende benadering van het materiaal zich verzet tegen het conceptuele dat in zijn ogen snel is gebeurd. Barbiers gebruikt graag de metafoor over inzien en begrijpen: op het eerste oog woorden die elkaar qua betekenis dekken, maar waar modelleren met grijpen en begrijpen van doen heeft, moet de steenbeeldhouwer zijn beeld zien in het blok steen dat voor hem staat: inzien, dat heeft met inzicht te maken.

(3) Joost Barbiers, Break of day, 2007; zwart zweeds diabas,50 x 100 x 150 cm

Henk van Bennekum (4)

(4) Henk van Bennekum, Dancing square, 2010; gecoat staal; 250 x 250 x 100 cm

(4) Henk van Bennekum, Dancing square, 2010; gecoat staal; 250 x 250 x 100 cm

Giessendam, 1946 Academie voor Beeldende Vorming Tilburg
Woont en werkt in Hardinxveld-Giessendam
www.henkvanbennekum.nl

De beeldtaal van Henk van Bennekum sluit aan bij de geometrisch abstracte stroming die in de jaren zestig in Nederland opkwam en die uitblonk in helderheid en soberheid. Met een minimum aan middelen werden beelden geconstrueerd waarin de opbouw duidelijk afleesbaar was. De werkwijze van Van Bennekum wordt nog steeds gekenmerkt door een wisselwerking tussen exacte berekening en intuïtie, waarbij de ordening van de (geometrische) vormen tot stand komt volgens principes van deling, wenteling, schakeling of vouwing. Van Bennekum werkt veelal in staal, zowel roestvrij als gecoat staal. Daarnaast ontstaan houten beelden waarin een geringe ingreep wordt gecombineerd met de ruwe, onbewerkte huid van het materiaal. De beelden van buisstaal spelen met de perceptie: ze lijken te bewegen, afhankelijk van het standpunt van de beschouwer.

Natasja Bennink (5)

5-natasja-bennink Ruinen, 1974 Academie Minerva Groningen | Academy of Fine Arts Athene
Woont en werkt in Ezinge (G)
www.natasjabennink.nl
“Mijn doel is beelden neer te zetten die communiceren en die een universeel-maatschappelijk geëngageerde inhoud hebben. Die fysieke ervaringen geven in een veld van betekenissen en die tegelijkertijd provoceren. Mijn werk bestaat uit levensgrote bronzen beelden waarin het menselijk lichaam wordt gebruikt als drager van betekenissen: de mens als allegorie. Het lichamelijke biedt mij een referentiekader om te laten zien hoe het persoonlijke is verweven met het maatschappelijke en andersom. Een van de thema’s waarmee ik werk is de positie / verbeelding van de vrouw, balancerend op het snijvlak van beeldende kunst en samenleving. Door de hele kunstgeschiedenis heen zijn er Venusbeelden gemaakt en is de vrouw op veel manieren afgebeeld. In de huidige tijd is de vrouw zowel icoon als cliché in een snelle beeldencultuur: ‘mijn’ Venusbeelden zijn een ode aan de vrouw van nu en de toekomst en herkenbaar voor de hedendaagse mens, met een vleugje girlpower.”

Petra Boshart (6)

(6) Petra Boshart, New Dawn, 2012, Becoming,2002

(6) Petra Boshart, New Dawn, 2012, Becoming,2002

Amsterdam 1960 1983
graduated de Amsterdamse Academie voor Beeldende Vorming.

(6a) Split Second 2014,Floating 2013

Kees Buckens (7)

(7) Kees Buckens, Berg / Stad, 2010; diverse soorten graniet; 300 x 115 x 260 cm

(7) Kees Buckens, Berg / Stad, 2010; diverse soorten graniet; 300 x 115 x 260 cm

Breda, 1957
Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving ‘s-Hertogenbosch | Jan van Eyck Academie Maastricht
Woont en werkt in Rotterdam
www.keesbuckens.nl

Kees Buckens is bekend door zijn grote robuuste, gehakte en gestapelde stenen beelden. Hij is geen man van franje. Zijn beelden zijn kernachtig gehakt tot het bot van het wezenlijke. Hij ziet beeldhouwen als bouwen en zijn beelden stralen dat ook uit: bouwwerken, stapelingen van volumes en ‘emoties’. De vaak gestapelde granieten sculpturen spelen een spel met de zwaartekracht. Hun aanvankelijke robuustheid verraad na beter kijken een ver doorgevoerde verfijning zowel in concept als in uitvoering. De onwankelbare mastodonten balanceren gevaarlijk tegen de natuur in en onthullen zo op indringende wijze hun kwetsbaarheid. Met stukken steen (of hout) van verschillend formaat componeert hij in balans langs de loodlijn. Hierbij zijn figuratie en bouwen de vertrekpunten om de samenstelling / ordening van een beeld te ontwikkelen en om nieuwe componenten te ontwikkelen: het gereedschap om bij abstractie als nieuwe ordening uit te komen.

Jan Asjes van Dijk (8)

(8) Jan Asjes van Dijk, En passant in het voorbijgaan, 2016; gecoat staal; 300 x300x150 cm

Kampen, 1933 Academie Artibus Utrecht | Academie voor Beeldende Kunsten Rotterdam Nationale hoger Instituut voor Schone Kunsten Antwerpen, BE
Woont en werkt in Dordrecht

Jan Asjes van Dijk vindt zijn inspiratie in de natuur. Zaadbollen, peulen, zwammen en schalen zijn de grondvormen voor de beelden waarin rudimentaire elementen vertaald worden in herkenbare vormen. Uitgangspunten in zijn werk zijn de steeds terugkerende ritmen van de levenscycli van het plantenrijk in vele varianten, de eeuwige cyclus van het doorgaan en het doorgroeien van het leven. Maar ook het ritme van bijvoorbeeld met de wind mee wuivende gewassen. Binnen zijn composities worden de zelf-gegoten bronzen elementen (bollen, peulen, zaden) soms gecombineerd met messing platen en pijpen, een procedé waarbij wijzigingen en toevalligheden de definitieve vorm van het werk bepalen. Het beeld En passant in het voorbijgaan is geheel van staal.

Maïté Duval (9) (10)

9-maite-duval-3

(9) Maïté Duval, Volupté, 2000; brons; 200 x 90 x 90 cm

Renazé, FR, 1944 Universiteit Rouen (Letterkunde) Als beeldhouwer autodidact
Woont en werkt in Zutphen
www.maiteduval.nl

De van oorsprong Franse kunstenares Maïté Duval schept sinds begin jaren zeventig een geheel eigen wereld van robuuste vormen, vrouwelijkheid en beweging. Ze heeft een herkenbaar eigen handschrift: heldere en warme vormen, volumes vol rust en tegelijkertijd een bronzen huid waarbinnen zich een intense spanning ontvouwt. Ze werkt figuratief maar wordt nooit anekdotisch. De wereld van Maïté is vol aardse vrouwelijkheid. Het alledaagse leven van een moderne vrijgevochten vrouw met hoogte- en dieptepunten vormt de thematiek van haar sculpturen. Deze laten voornamelijk liggende of staande naakte vrouwfiguren met een duidelijk aanwezige sensuele, erotische signatuur zien. “De dynamiek, de energie, maar ook de sensualiteit van de vrouw fascineren mij. De laatste jaren prefereer ik juist een grovere vormentaal. Ik wil zo het mysterie rondom het beeld benadrukken.”De imposante persoonlijkheid van haar beeld Volupté (2000) lijkt haar boven het leven uit te tillen. Het is een ware ode aan de vitale vrouwelijkheid: een enorm uitzinnige godin.(Samenvatting tekst Birgitta van Blitterswijk, catalogus Het Moment, 2010)

(10) Maïté Duval, Draaiende vrouw, 2005; brons; 180 x 45 x 70 cm

Maria Glandorf (11) (12)

drechtoevers-2014-maria-glandorf-1

(11) Maria Glandorf, Waves wash over it (T.S. Eliot), 1995; Deens eikenhout; 170 x 60 x 70 cm

Dordrecht, 1952 Academie voor Beeldende Kunsten St. Joost Breda | Filmacademie Amsterdam
Woont en werkt in Amsterdam
www.mariaglandorf.dds.nl

“Iedere houding, beweging of lichamelijk moment van ieder mens is interessant. Het is altijd dat ene moment dat, binnen de totale context, er niet anders had kunnen uitzien dan het doet. Het gaat mij niet zozeer om de bestudering van de beweging op zichzelf. Mijn beelden gaan over de krachten achter de beweging, waar de houding een zichtbaar teken van is.In mijn werk ga ik uit van de mensvorm en een idee over het menselijk zijn. Dit duizenden jaar oude thema in de beeldhouwkunst is onuitputtelijk. Het wordt voor mij alleen maar steeds boeiender. Verwondering is wat aan mijn werk ten grondslag ligt. Een beeldhouwwerk is een open gedachte in materiaal die ontstaat uit een interactie tussen de maker, omgeving en materiaal. Ik gebruik materialen als hout, gips, buizen, staven, was, klei, platen, gaas, kortom alles wat te gebruiken is voor wat ik wil uitdrukken. Het zijn de tussen materialen die geordend, vertaald en veranderd, vervolgens worden omgezet naar brons. Mijn beelden zijn geworteld in de klassieke beeldhouwkunst, maar ze zijn hedendaags, al was het alleen maar omdat allerlei materialen en gereedschappen die we nu zo ‘vanzelfsprekend’ vinden, er niet eerder waren of er anders uitzagen. Ze brachten een ander vormkarakter voort, een ander idee wellicht.”

drechtoevers-2014-maria-glandorf-2-jpg

(12) Maria Glandorf, Time is an ocean, but it ends at the shore (Bob Dylan), 1993; Deens eikenhout; 170 x 65 x 50 cm

Cor van Gulik (13) (14) (15) (16)

13-drechtoevers-2016-cor-van-gulik-ochtend-stijfheid-gelast-ijzer-2005

(13) Cor van Gulik, Ochtendstijfheid, 2005; gelast ijzer; ?? x ?? x ?? cm

Zevenbergen, 1938 Academie voor Beeldende Kunsten St. Joost Breda | Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten Antwerpen, België
Woont en werkt in Dordrecht

Cor van Gulik werkt met staalplaten die hij verknipt, waarna de afzonderlijke stukken (platen, stroken of restdelen) weer aan elkaar worden gelast. In het vroegere werk werden vrij grote stukken gebruikt en ontstonden er grillige, bijna abstracte vormen die duidelijk als ‘ding’ (jurk, tafel, vogel) herkenbaar waren. De laatste 20 jaar worden kleinere stukken staal gebruikt die met enkele punten aan elkaar worden gelast. Daardoor ontstaat een constructie die open en plastisch is, puur en kaal. In het werk van de laatste jaren speelt de menselijke figuur, die als een rode draad door het oeuvre van Van Gulik loopt, een steeds prominentere rol. Het zijn vooral vrouwen die als Meisje van Vermeer, Oude vrouw met tasje, Verschijning of Haar van boven worden neergezet. Figuren uit de directe leefomgeving van de kunstenaar. Vrouwen die iedereen zou kunnen tegenkomen, op straat, in de winkel, maar die door Van Gulik worden herkend, opgeslagen en verbeeld in stalen sculpturen. Werkend reageert hij op wat hij zag, levert hij realistisch commentaar. Dat kan alledaags van toon zijn, humoristisch, speels of betrokken en geraakt. Ritmiek en beweging spelen in al zijn beelden een belangrijke rol. Zijn werk ontstaat niet vanuit het gegeven een bepaald idee gestalte te geven, maar vanuit het avontuur. Formaat, structuur en volume van een beeld worden globaal van te voren bepaald, maar het eindresultaat is altijd een gevolg van het werkproces. De sporen van dit proces worden niet verdoezeld maar juist geaccentueerd.

14-drechtoevers-2016-cor-van-gulik-zuil-is-ordening-1verzinkt-ijzer-2000

(14) Cor van Gulik, Zuil is ordening 1, verzinkt ijzer, 2000. 40 x40 x 300 cm


15-drechtoevers-2016-cor-van-gulik-persona-gelast-ijzer-1990

(15) Cor van Gulik, Persona, gelast ijzer, 1990 80 x 80 x 300 cm


16-drechtoevers-2016-cor-van-gulik-persoongelast-ijzer1995-ag-2

(16) Cor van Gulik, Persoon, gelast ijzer, 1995 80 x 80 x 350 cm

Ewerdt Hilgemann (17)

17-drechtoevers-2016-ewerdt-hilgemann-inploded-cubewater-rvs-2000-jpg-a

(17) Ewerdt Hilgemann, Imploded Cube(Slu), 2000; rvs, geïmplodeerd d.m.v. water; 180 x 180 x 180 cm

Witten, DE, 1938 Universiteit Münster, DE | Werkkunstschule en Universiteit van het Saarland, Saarbrücken, DE
Woont en werkt in Amsterdam
www.hilgemann.nl

Met zijn vroegste werk sloot Ewerdt Hilgemann in de jaren zestig aan bij de constructivistische en constructieve traditie in de beeldende kunst. Hij werkte in reeksen met als basis geometrische verdeling en wiskundige ordening en ontwikkelde zowel reliëfs als ruimtelijke objecten. Begin jaren tachtig treedt een radicale verandering op in zijn werk. Sindsdien neemt de zwerfkei een belangrijke plaats in zijn oeuvre in. Deze keien worden door minimale ingrepen (in twee, drie of meer delen zagen) getransformeerd tot cultuurobjecten, waarin de oeroude buitenkant tegenover de glad gepolijste binnenkant wordt geplaatst. Vanaf het midden van de jaren tachtig wordt het mechanisme van de implosie toegepast. Uit een ruimtelijke holle vorm (kubus, piramide, kolom) wordt de lucht gepompt (of met behulp van water leeggezogen), zodat een ogenschijnlijk toevallig gevormde gestalte het resultaat is. De factor toeval is in dit geheel slechts een onderdeel, want de afmetingen van de sculptuur bepalen de uiteindelijke vorm via wetmatigheden in de verhouding van materiaal en volume. Deze implosies worden uitgevoerd in roestvrijstaal en kunnen zowel binnen als buiten geplaatst worden. De functies van machines en apparaten, de rol van het materiaal en hoe dit het licht reflecteert en de mechanica van druk en spanning zijn factoren die belangrijk zijn voor het scheppingsproces. Het gaat de kunstenaar uiteindelijk om het resultaat, om de expressieve kracht van iedere sculptuur. Door meerdere aan elkaar verwante / op elkaar gelijkende geïmplodeerde lichamen bij elkaar te plaatsen ontstaat een reeks van sculpturen. Tot de meest recente werken behoren sculpturen die zijn opgebouwd uit meerdere boven elkaar geplaatste en geïmplodeerde ruimten en beelden waarin een deel (of delen) is geïmplodeerd en een andere deel (of delen) niet. Hilgemann beschouwt de natuur, die hem haar wetten en mechanismen ter beschikking stelt, als een door hem ingeschakelde mede-scheppende kracht

Gerard Höweler (18)

18-gerard-howeler-drechtoevers-papendrecht-2015-02

(18) Gerard Höweler, Het hart van de steen, 2014; zwerfkei; 80 x 80 x 70 cm

Bandjermasin Borneo, Indonesië, 1940
Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs (huidige Gerrit Rietveld Academie) Amsterdam
Woont en werkt in Amsterdam
www.gerardhoweler.com

Gerard Höweler maakt stenen beelden waarin het schijnbaar ontoegankelijke en keiharde graniet tot vorm wordt. Subtiele ingrepen in die harde steen worden tot gedichten in materie. Hard en zacht, glad en ruw, open en gesloten vormen maken van amorfe stenen nieuwe werelden. Het beeld Doordringend (2003) stelt je als beschouwer voor een raadsel, twee totaal verschillende harde stenen (graniet en zwerfkei) lijken in elkaar over te vloeien tot een krachtig beeld. “Kunststoffen vergen andere technieken dan de traditionele, ambachtelijke beeldhouwersmaterialen en maken snellere productie mogelijk. In de natuur gaat alles veel langzamer. Beelden in steen passen daar wonderwel bij. Zij worden met liefde, geduld en vakmanschap gemaakt en door hun massa en onbeweeglijkheid stralen zij rust uit en nodigen uit tot bezinning. Gebruikmakend van nieuwe bewerkingstechnieken gecombineerd met oud vakmanschap probeer ik de tegenstelling natuur en cultuur, tussen toeval en berekening, in een zo duidelijk mogelijk contrast vorm te geven.” (Gerard Howeler in catalogus Vaders en zonen, Beeldhouwers kiezen Beeldhouwers. Museum Beelden aan Zee, 2010)

 Ton Kalle (19) (20)

20-ton-kalle-2

(20) Ton Kalle Korean Sunrise, 2006; hardsteen,graniet, 100 x 150 x 250 cm

Terneuzen, 1955 Academie voor Beeldende Vorming Amersfoort
Woont en werkt in Amsterdam
www.tonkalle.nl

“Ik probeer de taal van steen op elementaire wijze te laten zien. Dit ruwe materiaal van moeder aarde wil zich uitdrukken. Hier is eenvoud, stilte en rust voor nodig. Deze drie elementen zijn altijd in mijn werk aanwezig.” Vanuit een gepassioneerde liefde voor het materiaal en met aandacht voor vorm, kleur en volume transformeert Ton Kalle met simpel ogende ingrepen de steen tot beeld. Hoewel een harmonische verbinding tussen natuur en beeld zijn voorkeur heeft, gaat Kalle de tegenstellingen niet uit de weg. “Tegenstellingen zijn soms overbrugbaar door er een derde element in onder te brengen. Het getal drie speelt overigens altijd een bijna vanzelfsprekende rol in mijn werk. Een tafel heeft immers ook maar drie poten nodig om een stabiele drager te zijn.” Geleid door de intuïtieve overtuiging dat de wereld in al haar verschijningsvormen samenhang vertoont, die de beeldhouwer zichtbaar kan maken in zijn sculpturen, transporteert Kalle volhardend de liefde voor het stenen beeld naar het vlakke land aan de Noordzee. (Antonie den Ridder in Beeldsupplement 37, 2008)

19-ton-kalle-1-2

(19) Ton Kalle Waar is de horizon, 2005; graniet,basalt, 60 x 60 x 350 cm

Caius Spronken (21)

drechtoevers-2014-caius-spronken

(21) Caius Spronken, Engel op zuilengalerij, 2010; hout, cortenstaal, brons, bladgoud; 400 x 200 x 500 cm, beeld h. 100 cm

Beek, 1958 Atelier Varpu Tikanoja Kelmond Atelier Arthur Spronken Kelmond
Woont en werkt in Beek
www.caiusspronken.nl

Caius Spronken is een beeldhouwer die geworteld is in een traditie met een sterke relatie met de klassieke beeldhouwkunst, gebaseerd op gesloten vormspanningen en plastische schoonheid. Zijn beelden en portretten in brons hebben een uitstraling van de volheid van het leven en zijn ruimtelijk zeer aanwezig. Ze stralen een schilderachtig vormgevoel uit. Het beheersen van het vak op basis van traditionele normen is een basis om tot een niet onverplichte vrijere opstelling te kunnen komen. Caius Spronken werd geboren in een kunstenaarsfamilie. Zijn eerste bronzen beeldjes maakte hij rond zijn vijfde levensjaar, zijn eerste expositie volgde enige jaren later. In zijn werk is nagenoeg altijd een figuratieve component aanwezig, of het nu een torso, een reliëf, een fontein of een vrij werk betreft.

Erik van Spronsen (22)

22-drechtoevers-2016-erik-van-spronsen-cubuszuil-staal-2014

(22) Erik van Spronsen, Kubuszuil, 2014; staal; h. 286 x 115 x 42 cm

Den Haag, 1948 Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten Den Haag
Woont en werkt in Haarlem

De schoonheid van de wiskunde en de strenge wetmatigheid van de kubus zijn een voortdurende bron van studie, onderzoek en inspiratie voor het werk van Erik van Spronsen. Hij wil met zo weinig mogelijk ingrepen zoveel mogelijk laten gebeuren. De sculpturen zijn afgeleiden van de kubus en worden zorgvuldig doorgerekend en op schaal gemaakt om het object van alle kanten te kunnen bekijken en onderzoeken. Voor het uiteindelijke beeld construeert hij de kubusvormen rond een driedimensionaal assenstelsel, zodat de afzonderlijke, gelijkvormige onderdelen vanuit verschillende standpunten bezien in de ruimte lijken te zweven en een boeiend en verrassend beeld opleveren.

Georgi Tchapkanov (23)

23a-georgi-tchapkanov-2

(23) Georgi Tchapkanov, Love, 1999; ijzer; beeld 100 x 100 x 150 cm | h. mast 600 cm

Valchi Dol, Bulgarije, 1943 National Academy of Fine Arts Sofia, Bulgarije
Woont en werkt in Sofia

Georgi Tchapkanov werkt in brons en ijzer en maakt beelden waarin hij oude en gebruikte materialen assembleert en waarin aandacht voor detail samenvalt met monumentaliteit. Voor de manifestatie Black Sea North Sea in 1999 maakte hij het beeld Love, een speelse sculptuur van twee parende vlinders hoog in de lucht. (Informatie uit catalogus Black Sea North Sea, 1999)

Jan Timmer (24) (25) (26) (27)

24-drechtoevers-2016-jan-timmer-meditatie-grijs-graniet2002

(24) Jan Timmer, Meditatie, 2002; grijs graniet; h. 182 x 40 x 50 cm

Maartensdijk, 1935 Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs (huidige Gerrit Rietveld Academie) Amsterdam | Rijksakademie van Beeldende Kunsten Amsterdam
Woont en werkt in Dordrecht
www.jantimmer.nl

Sculptuur brengt een idee, gedachte of gevoel tot uiting die door de beeldhouwer moeilijk te verwoorden was. Om te kunnen communiceren moet een vorm gekozen worden die voor een ander duidelijk te begrijpen is en waarmee het gevoel of de gedachte herkenbaar wordt. Geen woorden maar beelden. In dit spanningsveld – tussen woord en beeld – beweegt zich de creatie. Bij het creëren van een sculptuur beweegt de beeldhouwer zich op het scherpst van de snede. Het is bekend dat een reeds gevormd beeld moeilijk te veranderen is. Of toch wel? Bijvoorbeeld, een beeld dat we gisteren als onrealistisch bestempelden, kunnen we vandaag als zeer realistisch ervaren. De vraag die hierbij gesteld moet worden is: wat verstaan we onder realiteit? Hierover denkt ieder mens verschillend, ieder heeft zijn eigen perspectief. Willen we het beeld – en onze beeldvorming daarvan – perspectief geven dan is het noodzakelijk dat we ons bewust zijn van de verschillende realiteiten en ons daarvan ook rekenschap geven. Een ontkenning van het bestaan van verschillende realiteiten draagt het gevaar in zich dat een vorm gekozen wordt die, hoewel goed bedoeld, zijn doel voorbij schiet. Zich rekenschap gevende van de verschillende realiteiten kiezen we de uiterlijke vorm van het beeld: soms gemakkelijk herkenbaar, dan weer hoog abstract, al naar gelang de noodzaak en mogelijkheden. De gemaakte keuzes zijn nauw gerelateerd met onze levensopvatting en leefomgeving. Om een beeld te maken is het van vitaal belang te weten wat we willen uitdrukken, anders kunnen we geen maximale expressie bereiken. Als ons innerlijk vermogen vorm te geven niet in balans in met de wereld om ons heen is de kans aanwezig dat het beeld dat we willen realiseren aan zeggingskracht inboet. Dit kan tot gevolg hebben dat degene die met dit beeld geconfronteerd wordt het niet begrijpt en de neiging zal krijgen het af te wijzen of zelfs aan te vallen.

25-drechtoevers-2016-jan-timmer-contrapuntrood-graniet-2002

(25) Jan Timmer, Contrapunt, 2002; grijs graniet; h.66 x 66 x 65 cm


26-drechtoevers-2016-jan-timmer-twee-standpunten-rood-graniet1998

(26) Twee standpunten, 1998; rood graniet h. 165 x 45 x 45 cm

 

27-drechtoevers-2016-jan-timmer-vierkante-ringgroen-marmer-1994-2

(27) Vierkante ring, 1994; groen marmer h.70 x 165 x 70 cm

Catharina van de Ven (28)

28-drechtoevers-2016-catharina-van-de-ven-ava-1840-brons-2015

(28) Catharina van de Ven, AVA 1840, 2015; brons; h. 66 x 55 x 65 cm

Udenhout, 1954
Woont en werkt in Heusden
Academie voor Schone Kunsten Antwerpen, BE (Beeldhouwen, 2005-2011) | Studie bij Eja Siepman Van den Berg (Meester-Gezel, 2009-2012) | Florence Academy of Art Florence, IT (Beeldhouwkunst, 2010)
www.cfmvandeven.com

“Als beeldend kunstenaar heb ik grote bewondering voor de vroege beeldhouwers en hun klassieke beeldtaal. Het ambachtelijk idioom fascineert me en laat me met groot respect kijken naar de kwaliteit van hun erfenis. Door mijn klassieke opleiding beeldhouwen in België en in Florence is het ambachtelijk handwerk altijd in mijn werk zichtbaar en blijft het de grondslag voor alles wat ik maak. Graag werk ik ook met hedendaagse technieken als 3D printing en nieuwe kunststoffen; ze zijn een uitdaging om monumentaal mee te werken maar het oude ambacht van afvormen, gieten, slijpen en polijsten blijf ik ook hierbij gebruiken om tot perfectie te komen. Oud en nieuw vormen zo de basis voor mijn werk dat een niet te vermijden narratieve grondslag heeft.
Het beeld AVA 1840 is helemaal volgens de klassieke waarden gemaakt. De aanleiding voor dit werk ligt in het verleden: een genealogisch onderzoek leidde me naar mijn overgrootmoeder Hendrikje die in hetzelfde jaar is geboren als Rodin: 1840. Tussen haar en mij zitten maar twee vrouwenlevens. Dat fascineert me. Ze zit hier met alleen een dagmutsje op te mijmeren over haar toekomst, een toekomst die wij kennen als haar verleden. Een verleden van een gewone vrouw, maar toch bijzonder