Expositie Zwijndrecht

Kunstenaars

De plaats van het beeld correspondeert met het nummer op de kaart.
Namen staan alfabetisch.

Adrie

Lucien den Arend (8) (18) (35) Yvonne Kracht (28) (29)
Lukas Arons (13) Cyril Lixenberg (34)
Joost Barbiers (39) Niels Lous (26)
Henk van Bennekum (14) (31) Marus van der Made (38)
Gjalt Blaauw (5) Matti Peltokangas (33)
Angela Bottenberg (6) Herbert Nouwens (21)
Hedda Buijs (24) Arthur Spronken (1)
Benbow Bullock (30) Marry Teeuwen (9) (11)
Eddy Gheress (2) Wieke Terpstra (22)
Nina Goerres (37) Jan Timmer (25)
Marti de Greef (7) Frits Vanèn (20)
Cor van Gulik (32) Leo de Vries (12)
Joop Haring (4) Adrie Verhoeven (16)
Gerard Höweler (27) Niko de Wit (19) (36)
Menashe Kadishman (15) Fredy E. Wubben (10)
Egidius Knops (23) Margot Zanstra (17)
 Gonda van der Zwaag (3)

 Beeldenroute met nummer aanduiding

drechtoevers-noordpark-zwijndrecht-versie-2016-plattegrond

Lucien den Arend (18) (8) (35)

drechtoevers-2014-lucien-den-arend-1

(18) Lucien den Arend, Gothic II, 1981-96; cortenstaal, verf; 200 x 400 x 173 cm

Dordrecht, 1943
California State University, Long Beach USA | Academie voor Beeldende Vorming Tilburg
Woont en werkt in Penttilä, Kangasniemi, Finland
www.denarend.com

De beeldelementen lijn en vlak en de doorlopende verbinding daartussen vormen de basis voor de beelden van Lucien den Arend. Zijn sculpturen zijn uitgevoerd op basis van mathematische principes en krijgen daardoor zowel een streng uiterlijk als een heldere vorm. Continuïteit, evenwicht, logica en methode zijn de belangrijkste aspecten in zijn werk dat is uitgevoerd in uiteenlopende materialen als cortenstaal, aluminium, roestvrijstaal, steen, hout e.a. In werken van de laatste 15 jaar worden de zelf opgelegde rigide regels van het constructivisme, waarin vooral de rationele kant overheerste, doorbroken door het toepassen van een organische vormentaal, waardoor de emotionele kant sterker naar voren komt. Het zoeken naar de essentie van de lijn is de rode draad in het werk van Lucien den Arend.

 

drechtoevers-2014-lucien-den-arend-2

(8) Lucien den Arend, Discoid Form, 1974; brons; h. 80 cm, Ø 180 cm

 

(35) Lucien den Arend , Geminus f.c.f. 1981 gecoat cortenstaal

(35) Lucien den Arend , Geminus f.c.f. 1981 gecoat cortenstaal

Lukas Arons (13)

drechtoevers-2014-lucas-aronsRenkum, 1968
Willem de Kooning Academie Rotterdam | Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving ‘s-Hertogenbosch
Woont en werkt sinds 2004 in Bohuslän,Zweden
www.lukasarons.eu

Het werk van Lukas Arons laat zich omschrijven als krachtig, verstild en intiem. Hij is een beeldhouwer in de klassieke zin van het woord, dat wil zeggen iemand die zijn beelden uit brokken natuursteen houwt. Arons deelt de opvatting van Michelangelo (1475-1564) dat het beeld als het ware opgesloten zit in het materiaal. Met het weghakken van de steen komt het beeld vanzelf te voorschijn. Hoewel in zijn huidige oeuvre figuratie en figuratieve elementen – vaak van het menselijk lichaam – een steeds grotere rol spelen, is in zijn eerdere werk nog dikwijls een verbinding tussen beeldhouwkunst en architectuur waarneembaar. Het beeld Fragmenten (1994), dat herinneringen oproept aan archaïsche, rituele vormen en overblijfselen van klassieke architectuur, blijkt een onverwachte keerzijde te hebben. De gladde, geschilderde achterkant geeft de steen een harde intensivering van de zachte tint die door de mineralen en de tijd aan de steen wordt gegeven. Zo ontstaat een verschillende voor- en achterkant van hetzelfde materiaal, een verschillende binnen- en buitenkant van dezelfde ruimte. Een ruimtelijke beleving die om de beweging van de beschouwer vraagt.

Joost Barbiers (39)

(39) Joost Barbiers, Nefertiti, 2015; grijs Bretons graniet 200 x 80 x 80 cm

Velsen, 1949-2015
Rijksakademie van Beeldende Kunsten Amsterdam
Woonde en werkte in Amsterdam
www.joostbarbiers.nl

Aanvankelijk werkte Joost Barbiers als steenbeeldhouwer met marmer en kalksteen, later gebruikt hij steeds meer het hardere graniet. In zijn werk komt bij het hakken altijd iets van het materiaal naar voren dat hij gebruikt bij de ontwikkeling van zijn idee dat niet in een concept te vangen is. Het is niet verwonderlijk dat hij met deze weloverwogen en veel tijd en fysieke energie vergende benadering van het materiaal zich verzet tegen het conceptuele dat in zijn ogen snel is gebeurd. Barbiers gebruikt graag de metafoor over inzien en begrijpen: op het eerste oog woorden die elkaar qua betekenis dekken, maar waar modelleren met grijpen en begrijpen van doen heeft, moet de steenbeeldhouwer zijn beeld zien in het blok steen dat voor hem staat: inzien, dat heeft met inzicht te maken.

Henk van Bennekum (14) (31)

(31) Henk van Bennekum, Zonder titel, 2005; staal; h. 320 cm, Ø 50 cm

Hardinxveld, 1946
Academie voor Beeldende Vorming Tilburg
Woont en werkt in Hardinxveld-Giessendam en Malleray, Frankrijk www.henkvanbennekum.nl

De beeldtaal van Henk van Bennekum sluit aan bij de geometrisch abstracte stroming die in de jaren zestig in Nederland opkwam en die uitblonk in helderheid en soberheid. Met een minimum aan middelen werden beelden geconstrueerd waarin de opbouw duidelijk afleesbaar was. De werkwijze van Van Bennekum wordt nog steeds gekenmerkt door een wisselwerking tussen exacte berekening en intuïtie, waarbij de ordening van de (geometrische) vormen tot stand komt volgens principes van deling, wenteling, schakeling of vouwing. Van Bennekum werkt veelal in staal, zowel roestvrij als gecoat staal.  Het beeld Zonder titel (2005) is een eenvoudige cilindrische verschuiving waarbij door de open verticale deellijn een stapeling wordt gevisualiseerd; dit wordt versterkt door het kleurcontrast tussen binnen- en buitenzijde. In het beeld Opengevouwen prisma II (1985-2000) bestaat de tweedeling / het vouwen uit twee identieke vormen die via de diagonaal van een vierkant zijvlak ‘opengevouwen’ worden. De sculptuur gaat over het beleven van perspectief en open volumes en heeft visueel de neiging naar je toe te kantelen: een dynamisch spel van kijken en beleven.

 

(14) Henk van Bennekum, Opengevouwen prisma II, 1995; staal; zijde 150 cm

Gjalt Blaauw (5)

(5) Gjalt Blaauw, Zonder titel, 1984; ijzer, hardsteen, dolomiet; 250 x 150 x 125 cm

Grou, 1945
Academie Minerva Groningen
Woont en werkt in Groningen
www.gjaltblaauw.nl

Gjalt Blaauw werkt met uiteenlopende materialen als marmer, graniet, aluminium, staal, leer e.a. Hij combineert zijn materialen en laat ze op elkaar reageren tot er een onderlinge spanning ontstaat. Massa, ruimte, materiaal en het zoeken naar evenwicht zijn de basisgegevens van waaruit Blaauw werkt. Wonderlijk is het gevoelsmatige evenwicht dat hij met de contrasten van zijn verschillende materialen (vaak verwerkt in één sculptuur) weet op te roepen. De kleur van het beeld is de kleur van de materialen. Gjalt Blaauw stapelt, bouwt en rangschikt schijnbaar achteloos, maar verkent zijn materialen en volumes met grote zorg. Het beeld Zonder titel (1984) heeft een stenen top die verankerd is op drie geledingen van staal die een wankel contact maken met de ruwe steen. Het beeld roept de gedachte op van het vertrekkende schip dat zijn laatste contact met de wal nog een ogenblik probeert vast te houden. Letterlijk en figuurlijk de verbinding maakt tussen land, water en lucht.

Angela Bottenberg (6)

(6) Angela Bottenberg, Winternacht, 1988; Gabbrogesteente uit India; 160 x 110 x 20 cm

Utrecht, 1955
Academie Artibus Utrecht | Rijksakademie van Beeldende Kunsten Amsterdam
Woont een werkt in Landsmeer

Het stenen beeld Winternacht (1988) behoort tot een serie op landschappen geïnspireerde beelden. Het verbeeldt een winternacht wanneer je in bed ligt met dekbedden om en over je heen. Het is ook een landschap, een veilige haven. En een beeld waarop je kunt zitten, liggen en spelen. In de jaren negentig werkte Bottenberg aan beelden die waren geïnspireerd op follies: door het gebruik van verf, keramiek en andere materialen ontstonden fantasievolle stenen bouwsels. Daarna volgde een periode van vrouwfiguren, half ruimtelijk, in reliëf, beschilderd en beplakt met sieraden. In 2007 moest ze vanwege lichamelijke klachten stoppen met beeldhouwen.

Hedda Buijs (24)

(24) Hedda Buijs, Groei, 1998; gegoten aluminium; 210 x 50 x 50 cm

Zeist, 1943
Academie van Beeldende Kunsten Arnhem
Woont en werkt in Echtenerbrug
www.heddabuijs.nl

Hedda Buijs maakt abstracte beelden in roestvrijstaal en aluminium. De aluminium beelden zijn meestal organische vormen, bollen en zuilen die een boeiende decoratieve huid hebben. Zijn roestvrijstalen beelden munten uit in balans en ruimtelijkheid. Een zorgvuldige en beheerste materiaal- behandeling geeft de beelden een extra kwaliteit. Het beeld Groei (1998) is een samenspel van vorm en huid, in florale motieven geeft hij de gladde en ruwe delen binnen de plastiek een bijzondere betekenis.

Benbow Bullock (30)

(30) Benbow Bullock, Tegenstrijdige meningen, 1998; gecoat staal; 150 x 100 x 200 cm

Saint Louis USA, 1929-2010
Wesleyan University Middletown Connecticut | San Francisco Art Institute
Woonde en werkte in San Francisco en Vallejo (Californië), USA

De Amerikaanse beeldhouwer Benbow Bullock maakte lichtvoetige ruimtelijke structuren waarin de kleur het verbindende element vormde. De zelfstandige elementen werden door middel van zichtbare lassen met elkaar verbonden. De beelden zou je kunnen samenvatten als een spel van vormen, ruimte, richting en kleur. In zijn beeld Tegenstrijdige meningen (1998) zien we vlakken die balanceren op hun basis en die door de vormen en kleuren een vrolijke noot vormen in het park: een beeld dat tegenstrijdige meningen oproept. Als beeldhouwer creëerde Bullock geometrisch-construc- tivistische sculpturen van brons, staal en aluminium die hij vaak in primaire kleuren beschilderde.

Eddy Gheress (2)

(2) Eddy Gheress, Venus, 2000; hardsteen; 195 x 45 x 45 cm

Gravelbourg, Saskachewan, Canada, 1944
Alberta College of Art Calgary Alberta, Canada | Rijksakademie van Beeldende Kunsten Amsterdam
Woont en werkt in Amsterdam
www.gheress.nl

Eddy Gheress werkt vooral in steen. Groot of klein, het maakt niet uit. Onder zijn handen worden stenen omgetoverd tot voluptueuze naakte vrouwenfiguren en gezichten, de laatste door Gheress wel ‘maskers’ genoemd. De zachte, vrouwelijk, ronde vormen komen rechtstreeks voort uit zijn handen. Zelden heeft hij een model nodig. In combinatie met de harde hoekige stenen ontstaat een harmonieuze eenheid. De verstilde beeldhouwkunst van Gheress roept soms herinneringen op aan vrucht- baarheidsgodinnen uit de prehistorie, dan weer aan de Egeïsche kunst of de primitieve kunst. Maar bovenal is aan de beelden een grote liefde voor het ambacht af te lezen. Voor de beeldhouwer is het maken van een beeld een proces van fysieke arbeid, waaraan richting wordt gegeven door het gevoel. Beeldhouwkunst is voor hem geen zaak van het hoofd, maar een zaak van de handen en het hart.  (Uit een tekst van Cornelie de Kuijper, catalogus Leven in Beeld – Vier beeldhouwers exposeren bij het RIVM, 1995)

Nina Goerres (37)

(37) Nina Goerres, Anything goes, 1987; gemoffeld staal; 90 x 120 x 200 cm

1941-2006
Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten Den Haag
Woonde en werkte in Amsterdam

Nina Goerres maakte beelden in de openbare ruimte die vaak een aspect van ordening in zich hadden. Aaneenrijgen, bundelen of stapelen van gelijkvormige elementen lagen aan de basis van haar werken die resulteerden in kloeke, heldere beelden van forse formaten, aards georiënteerd, maar altijd aangevuld met lichtheid en spiritualiteit. De gebruikte elementen zijn niet statisch, maar ten opzicht van elkaar in harmonie. Rondom de plek is een leegte die voelbaar aanwezig is en die de geest van de plek bepaalt. Het werk Anything goes (1987) is een mooi voorbeeld van zo’n werk. Het bestaat uit een zwart gesloten element, in zichzelf gekeerd, maar tegelijkertijd met een uitstraling die het gehele gebied beheerst. Een beeld dat met een zekere melancholie de wereld beziet.

 

Marti de Greef (7)

(7) Marti de Greef, Driehoeksverhouding, 1993; brans; 100 x 100 cm

Eindhoven, 1951
Avondopleiding Academie Industriële Vormgeving Eindhoven (Vrije
richting)
Woont en werkt in Eindhoven
www.martidegreef.nl

Er is weinig naast de menselijke figuur dat Marti de Greef
tegenwoordig nog boeit als onderwerp voor zijn beelden.
De balans, de suggestie van lichtheid en beweging en het
gebruik maken van zware massieve accenten zien we daarom
terug in veel van de sculpturen waarin hij het thema ‘de mens’
in al zijn facetten uitbeeldt.
Opvallend is hoe hij de anatomie van het menselijk lichaam
interpreteert, bewust kiest voor een soort van disproportie
om dit vervolgens weer in een proportioneel kader te
dwingen. Dit verzwaren en accentueren van ledematen of
aspecten van het menselijk lichaam geeft het beeld een
buitengewone vitaliteit en evenwicht. Marti de Greef wil geen
standaardbeelden maken, maar heeft bewust gekozen voor
een eigen handschrift. Ook de laatste fase van het beeld geeft
hij nooit uit handen. De huid, het oppervlak en de patine
moeten bij het beeld passen. Daar besteedt hij veel aandacht
aan. Zelfs de sokkel is belangrijk; deze maakt soms deel uit
van de compositie als drager en als esthetisch element. Vaak
gaat er aan de grote beelden een kleiner beeld als voorstudie
vooraf. De vormen zijn essentieel, het grote gebaar
interesseert hem het meest.
Marti de Greef werkt in uiteenlopende materialen als brons,
aluminium, lood, hout, porselein en cortenstaal.

Cor van Gulik (32)

(32) Cor van Gulik, Jurk, 1985; gelast plaatstaal; 280 x 70 x 160 cm

Zevenbergen, 1938
Academie voor Beeldende Kunsten St. Joost Breda | Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten Antwerpen, België
Woont en werkt in Dordrecht

Cor van Gulik werkt met staalplaten die hij verknipt, waarna de afzonderlijke stukken (platen, stroken of restdelen) weer aan elkaar worden gelast. In het vroegere werk werden vrij grote stukken gebruikt en ontstonden er grillige, bijna abstracte vormen die duidelijk als ‘ding’ (jurk, tafel, vogel) herkenbaar waren. De laatste 15 jaar worden kleinere stukken staal gebruikt die met enkele punten aan elkaar worden gelast. Daardoor ontstaat een constructie die open en plastisch is, puur en kaal. In het meer recente werk speelt de menselijke figuur een steeds prominentere rol. Zijn werk – waarin ritmiek en beweging de verschijningsvorm bepalen – ontstaat niet vanuit het gegeven een bepaald idee gestalte te geven, maar vanuit het avontuur. Formaat, structuur en volume van een beeld worden globaal van te voren bepaald, maar het eindresultaat is altijd een gevolg van het werkproces. De sporen van dit proces worden niet verdoezeld maar juist geaccentueerd. Het beeld Jurk (1985) is een vorm waarin het stugge staal is getransformeerd in een bijna swingende, ruimtelijke plastiek.

Joop Haring (4)

(4) Joop Haring, Zonder titel, 2000; brons; 85 x 35 x 25 cm Joop Haring, Bishop, 2002; brons; 110 x 40 x 40 cm

Den Haag, 1952
Academie van Beeldende Kunsten (huidige ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten) Arnhem
Woont en werkt in Amsterdam
www.joopharing.com

Joop Haring maakt ruimtelijke beelden in uiteenlopende materialen als brons, keramiek en kunststof. Zijn werkwijze start altijd vanuit een concept, waarbij de natuur vaak zijn inspiratiebron is. Organische groei, structuur en (rang)orde zijn kernwoorden die in zijn werk veelvuldig terugkeren. De laatste jaren heeft zijn werk een ontwikkeling doorgemaakt die nauw verband houdt met zijn reizen naar en (vaak) langdurige verblijven in China en India. Zijn Chinese Table Project (2006) is een voorbeeld van beïnvloeding door een andere cultuur. Het Lingam Project (2008) is ontstaan en opgestart in Zuid-India en later in Nederland afgemaakt. Het laat een torenachtige serie zien waarin de Lingam (de fallus als vruchtbaarheidssymbool) centraal staat. De organische architecturale vormen laten de Lingam als een voelbare trofee op de keramische onderbouw existeren. Eerder inspireerden cactusplanten in Arizona hem tot het maken van de twee beelden in Zwijndrecht: Zonder titel (2000) en Bishop (2002). De stekelige structuur, het ritme en de groeiwijze van deze woestijnplanten zijn verwerkt in de beelden.

Gerard Höweler (27)

(27) Gerard Höweler, Doordringend, 2003; impala graniet en zwerfkei; 100 x 80 x 70 cm

Bandjermasin Borneo, Indonesië, 1940
Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs (huidige Gerrit Rietveld Academie) Amsterdam
Woont en werkt in Amsterdam
www.gerardhoweler.com

Gerard Höweler maakt stenen beelden waarin het schijnbaar ontoegankelijke en keiharde graniet tot vorm wordt. Subtiele ingrepen in die harde steen worden tot gedichten in materie. Hard en zacht, glad en ruw, open en gesloten vormen maken van amorfe stenen nieuwe werelden. Het beeld Doordringend (2003) stelt je als beschouwer voor een raadsel, twee totaal verschillende harde stenen (graniet en zwerfkei) lijken in elkaar over te vloeien tot een krachtig beeld. “Kunststoffen vergen andere technieken dan de traditionele, ambachtelijke beeldhouwersmaterialen en maken snellere productie mogelijk. In de natuur gaat alles veel langzamer. Beelden in steen passen daar wonderwel bij. Zij worden met liefde, geduld en vakmanschap gemaakt en door hun massa en onbeweeglijkheid stralen zij rust uit en nodigen uit tot bezinning. Gebruikmakend van nieuwe bewerkingstechnieken gecombineerd met oud vakmanschap probeer ik de tegenstelling natuur en cultuur, tussen toeval en berekening, in een zo duidelijk mogelijk contrast vorm te geven.” (Gerard Howeler in catalogus Vaders en zonen, Beeldhouwers kiezen Beeldhouwers. Museum Beelden aan Zee, 2010)

Menashe Kadishman (15)

(15) Menashe Kadishman, Reclining Figure, 1998; cortenstaal; 350 x 150 x 200 cm

Tel Aviv, 1932
Avni Instituut Tel Aviv, Israel (Beeldhouwen) | Beeldhouwen bij Rudi Lehmann, Jeruzalem | St. Martin’s School of Art / Slade School of Art Londen, UK
Woont en werkt in Tel Aviv
www.kadishman.com

Menashe Kadishman werkte tussen 1950 en 1953 als herder in een kibboets. Van 1959 tot 1972 woonde en werkte hij in Londen. Zijn beelden in de jaren zestig waren minimalistisch van aard en waren ontworpen om de zwaartekracht uit te dagen. Door zowel glas als metaal toe te passen leek het alsof het metaal zweefde. Hoewel hij is opgeleid tot beeldhouwer, is Kadishman een kunstenaar wiens artistieke expressie zich niet beperkt tot één medium. Hij heeft altijd zijn grillige impulsen gevolgd, met uiteenlopende materialen gewerkt, zich van een abstractgeometrische vormentaal ontwikkeld naar een meer organische beeldtaal waarbij niet alleen zijn relatie met de natuur tot uitdrukking kwam, maar vooral zijn liefde voor het leven. Zijn werk wordt voor een deel bepaald door zijn afkomst, maar in dat werk probeert hij een universeel gevoel op te roepen.

 

Egidius Knops (23)

(23) Egidius Knops, Orion, 1991; staal, roestvrijstaal; 280 x 320 x 330 cm

Simpelveld, 1945 Academie voor Beeldende Vorming Tilburg
Woont en werkt in Simpelveld
www.egidius-knops.de

Egidius Knops construeert dynamische, monumentale constellaties, waarin de lijn een dominante rol speelt. De restruimte tussen de afzonderlijke elementen bepaalt voor een belangrijk deel de visuele beleving van het beeld. De open composities manifesteren zich als ruimtelijke tekeningen, als abstracte bakens die duidelijk aanwezig zijn. Hoewel geometrische elementen de basis vormen voor zijn staalconstructies is er nauwelijks sprake van geometrische abstractie. De contouren van een motief uit de werkelijkheid zijn aanwijsbaar, maar zijn in de gerealiseerde werken steeds ver weg van de oorspronkelijke realiteit. In het beeld Oreon (1991) wordt een balkenprofiel doorsneden door een gespleten cirkelvorm. Alsof een sterrengroep gekruist wordt door een onbekende Melkweg.

Yvonne Kracht (28) (29)

(28) Yvonne Kracht, Uit het Vierkant, 1977; cortenstaal; 520 x 115 x 150 cm

Rotterdam, 1931 Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten Den Haag  | Hoger Instituut van de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten Antwerpen
Woont en werkt in Amsterdam
www.yvonnekracht.nl

Het oeuvre van Yvonne Kracht is veelzijdig en bestaat uit twee- en driedimensionaal werk. Bindende factor in al haar werk is de fascinatie voor het platte vlak, de ruimte en de tijd en de relatie tussen het twee- en driedimensionale. Na een beginperiode waarin het emotionele aspect een dominante positie innam, is haar ontwikkeling in te delen in periodes die verlopen van het zoeken naar abstractie via experiment en orde naar de eenvoud en ruimtelijkheid van de concrete, systematische en constructieve kunst tot een meer expressieve, intuïtieve beeldtaal met een bijna abstract-expressionistische verschijningsvormen. Vanuit de vormentaal van de geometrische abstractie onderzocht ze jarenlang de mogelijkheden met de klassieke basisvormen vierkant, driehoek en cirkel. De kwaliteit in het werk van Kracht wordt bepaald door het evenwicht in het spanningsveld tussen de ratio enerzijds en de emotie en intuïtie anderzijds. (Bewerking tekst Riet van der Linden)

(28) Yvonne Kracht, Uit het Vierkant, 1977; cortenstaal; 520 x 115 x 150 cm

Cyril Lixenberg (34)

(34) Cyril Lixenberg, Doorloop-Constructie 1& 11, 1991; cortenstaal; 250 x 500 x 500 cm

Londen, 1932 Central School of Arts and Crafts Londen | École nationale supérieure des beaux-arts Parijs
Woont en werkt in Amsterdam
www.cyrillixenberg.com

De motivatie achter het werk van Cyril Lixenberg is zijn behoefte aan reductie, verheldering en orde. Vanuit een expressionistische schilderkunst ontstond geleidelijk een geometrische vormentaal die de basisvormen cirkel, driehoek en vierkant combineert met subjectieve ingrepen. Hij speelt zijn eigen spel met de geometrie, waarbij vlakke platen worden geknikt, gebogen, opengesneden of in elkaar geschoven. De tegenstelling vorm-tegenvorm, positiefnegatief en de omkeerbaarheid daarvan, zijn kenmerkend binnen zijn sculpturen, die geen massa hebben, maar hun ruimtelijkheid ontlenen aan manipulatie (knikken, buigen, snijden). De beelden werken als een kader voor de omgeving en zorgen ervoor dat het omringende decor deel gaat uitmaken van die beelden. Het werk bestaat vaak uit twee tegengestelde vormen waarin de buitenkant van de ene vorm de binnenkant is van de andere en andersom. De delen passen als een puzzel in elkaar en vormen samen een eenheid.

Niels Lous (26)

(26) Niels Lous, Elementaire richtingen, 1989; roestvrijstaal; oorspronkelijk drie delen: horizontaal: 75 x 50 x 250 cm | haaks: 200 x 50 x 300 cm | verticaal: 250 x 50 x 50 cm (dit element is verdwenen)

Breda, 1939
Academie voor Beeldende Kunsten St. Joost Breda | Academie voor Beeldende Vorming Tilburg | Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving ”s-Hertogenbosch
Woont en werkt in Breda
www.st-ives.net/selected-art/lous/index.htm

Het werk van Niels Lous heeft een sterke verwantschap met de architectonische vormgevingsprincipes van het Bauhaus en De Stijl. Hij ontwikkelde echter een geheel eigen stijl waarin nog slechts de sporen van die verwantschap zijn waar te nemen. Aanvankelijk lag de nadruk in zijn beelden op vorm en materiaal, later deed een filosofisch aspect zijn intrede. Zijn abstracte constructies laten vaak een systematische herhaling van identieke elementen zien en vertonen een perfectie die de helderheid van het concept onderstreept. In het werk Elementaire richtingen (1989) worden horizontale en verticale elementen haaks op elkaar geplaatst. De roestvrijstalen kokerprofielen komen op een ingenieus knooppunt bij elkaar. Het heldere staal brengt een versmelting met de omgeving tot stand, definieert de locatie en levert een mooie ruimtebeleving op.

Marus van der Made (38)

(38) Marus van der Made, Twee vierkanten, 1986; staal; 2 platen van 200 x 200 x 1,5 cm elk

Monster, 1940
Avondvakopleiding Bouwkunde; als kunstenaar autodidact
Woont en werkt in Zoetermeer
www.vandermadesart.nl

Geometrie en primaire kleuren liggen aan de basis van het werk van Marus van der Made. De grootste inspiratiebron vindt hij in de architectuur. Het bouwen, construeren en samenvoegen van elementen zijn principes die bij uitstek in die architectuur voorkomen en die zijn af te lezen in het ruimtelijke werk. Soms lijken de beelden uitsneden uit een groter geheel, details uit een zich uitdijend universum, een wereld die je in gedachten kunt doortrekken en uitbreiden zo ver en zo lang je maar wilt. De ogenschijnlijke eenvoud is bedrieglijk, want de ronde curves en rechte lijnen zijn doordacht en met uiterste precisie tot stand gekomen. In de verschijningsvorm is een beeld helder en eenvoudig van vorm, de onderliggende constructie is complex en ingewikkeld. Daarbij is de betekenis van licht en schaduw actief aanwezig, omdat die zorgen voor de beweeglijkheid, de verandering en de verbeelding die de concrete vorm uit de omsluiting van haar statische toestand tillen.

Matti Peltokangas (33)

(33) Matti Peltokangas, Licht, Schaduw, Licht, 1994; graniet; h. 240 cm, Ø 110 cm

Virrat, Finland, 1952 School of the Academy of Fine Arts Helsinki, Finland
Woont en werkt in Helsinki
www.mattipeltokangas.fi

Met zorgvuldig gekozen bewerkingsmethoden kapt Matti Peltokangas eenvoudige beelden met geometrische grondvormen uit monumentale brokken graniet. Hij respecteert zowel de aard van het materiaal als de zuiverheid van het gekapte beeld. Zijn concept is het zichtbaar maken van de sporen van het ontstaan van het beeld. Je voelt de wijze van ontstaan en kijkt als het ware over de rug van de beeldhouwer mee. Door de textuur van het oppervlak verliezen de geometrische volumes hun soliditeit en zwaarte en veranderen ze in holle zaaddozen van imaginaire planten. Indrukken van het organische en het minerale, duurzaamheid en vergankelijkheid vloeien in elkaar over. In het kegelvormige beeld Licht, Schaduw, Licht (1994) hakte hij diepe gleuven vanuit één richting. Hierdoor ontstond een prachtige structuur die de kegel een extra dimensie geeft.

Herbert Nouwens (21)

(21) Herbert Nouwens, Vier constructies voor een plek, 1994; 500 x 2000 x 250 cm

Oegstgeest, 1954 Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten Den Haag | Stadsacademie voor Toegepaste Kunsten Maastricht | Jan van Eyck Academie Maastricht
Woont en werkt in Slochteren
www.herbertnouwens.nl
Herbert Nouwens is een echte beelddenker, een bouwer, een constructeur, Hoewel dat onmogelijk is, wekt Nouwens de indruk dat hij het staal met zijn handen kneedt alsof het klei is. Hij werkt heel concreet, maar ook expressief en intuïtief. Vaak kiest hij voor hergebruik van oude metalen elementen. Zijn Vier Constructies voor een plek (1994), zijn geen toevallige stukken roest zoals een oppervlakkig kijkende voorbijganger weleens roept, maar heel bewust gekozen gevonden stukken staal die op deze plek langs de rivier, met zijn boten, scheepsbouw en scheepssloperijen op hun plaats vallen. De vier beelden lijken lappen stof die schijnbaar achteloos op hun plaats vallen. De vier beelden lijken lappen stof die schijnbaar achteloos op een constructie zijn gedrapeerd, maar zijn stalen scheepsplaten, zo geplooid door de enorme kracht van een incident.

Arthur Spronken

(1) Arthur Spronken, Boegbeeld, 1975; brons op betonnen sokkel; beeld 50 x 100 x 200 cm, sokkel 45 x 45 x 300 cm

Beek, 1930 Kunstnijverheidsschool (huidige Academie Beeldende Kunsten) Maastricht
Woont en werkt in Beek
www.kunstateliersijen.nl

Arthur Spronken is een representant van de Nederlandse beeldhouwkunst van na de Tweede Wereldoorlog. Vanuit een nog herkenbare figuur brengt hij in barokke lyrische beeldtaal bijna abstracte beelden tot leven. Zijn beelden concentreren zich rond de dynamiek van lichamen, danseressen en paardentorso’s. De kracht van zijn beelden is te voelen in de volumineuze plastiek en vanuit deze expressieve volumes verovert hij de ruimte. Zijn grootste bekendheid heeft hij door de vele bronzen beelden waarin het paard zijn uitgangspunt is. Het bronzen Boegbeeld (1975), waarin de vrouwenfiguur hoog op een betonnen sokkel de ruimte doorklieft, roept herinneringen op aan de boegbeelden van oude zeilschepen. Een thematiek die bij de vaarroutes langs het beeldenpark een prachtige historische verbinding maakt.

Marry Teeuwen (9) (11)

(9) Marry Teeuwen, Gedeelde piramide Modulair, 1981; gietijzer; vier delen, 100 x 100 x 100 cm elk

Alblasserdam, 1945
Academie van Beeldende Kunsten Rotterdam
Woont en werkt in Alblasserdam

Marry Teeuwen werkt vanuit een vierkant of een cirkel en komt door streng symmetrische ingrepen en ordeningen tot uiterst eenvoudige, maar moeiende beelden. Deze puur geometrische vormen worden zowel twee- als driedimensionaal gebruikt; als totaal (vierkant, cirkel) of als deel (driehoek, halve cirkel). Door samenvoeging of herordening ontstaat steeds een ander totaalbeeld. Vaak is er sprake van samengestelde of seriële beelden, waarbij het materiaal de vorm van een beeld bepaalt.
Primaire kleuren in combinatie met zwart, wit of grijs, harde materialen als plaatstaal, steen of gietijzer en het gebruik van emailles en lakken kenmerkten lange tijd haar werk.
In het werk van de laatste 15 jaar bleven de geometrische vormen gehandhaafd, maar werd het materiaal niet bewerkt, maar in de eigen waarde gelaten. De werking van tijd en weersomstandigheden werden steeds meer zichtbaar in de structuur van de huid zodat materie en vorm het handschrift van de kunstenaar in zich vereeuwigen.

(11) Marry Teeuwen, Wig, 1995; cortenstaal; h. 205 cm, grondvlak 70 x 70
cm, b. top 180 cm

 

 

 

Wieke Terpstra (22)

(22) Wieke Terpstra, Leeuw, 2008; wit geschilderd betonijzer; 550 x 250 x 350 cm

Den Haag, 1956 Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten Den Haag
Woont en werkt in Den Haag
www.wieketerpstra.nl

Het werk van Wieke Terpstra is monumentaal, organisch en driedimensionaal. De beelden zijn omhulsels die bescherming bieden; ze bouwde torens, huizen, boten, tenten en banken van uiteenlopende materialen. Stapelingen en constructies van houten kisten, latten, kartonnen dozen, papieren boterhamzakken, porseleinen bakjes en takken. Sinds enige tijd werkt Terpstra met betonijzer dat gelast wordt, zodat lichte, ijle en lege beelden, die wit geschilderd worden of zwart blijven, het resultaat zijn. Simpele minimalistische vormen, zo kaal mogelijk, maar met een sterk karakter en grote eigenheid. De beelden hebben een relatie met de plek waar ze staan en zijn vaak op locatie gebouwd. Het zijn beelden die relativeren en tegelijkertijd troost bieden. Het beeld Leeuw (2008) is geïnspireerd op de twee marmeren leeuwen die Willem Frederik Hendrik (1820-1879) in 1870 als geschenk van de Russische tsaar ontving. Het is transparant en schijnbaar kwetsbaar, maar heeft contouren die de kracht van het dier zichtbaar maken. Het werk van Wieke Terpstra ontwikkelt zich, maar altijd is het thema ‘kwetsbaar en toch sterk’ van toepassing.

Jan Timmer (25)

(25) Jan Timmer, Ontzet vierkant, 1989; hardsteen; 100 x 100 x 70 cm

Maartensdijk, 1935 Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs (huidige Gerrit Rietveld Academie) Amsterdam | Rijksakademie van Beeldende Kunsten Amsterdam
Woont en werkt in Dordrecht
www.jantimmer.nl

Sculptuur brengt een idee, gedachte of gevoel tot uiting die door de beeldhouwer moeilijk te verwoorden was. Om te kunnen communiceren moet een vorm gekozen worden die voor een ander duidelijk te begrijpen is en waarmee het gevoel of de gedachte herkenbaar wordt. Bij het creëren van een sculptuur beweegt de beeldhouwer zich op het scherpst van de snede. Het is bekend dat een reeds gevormd beeld moeilijk te veranderen is. Of toch wel? Bijvoorbeeld, een beeld dat we gisteren als onrealistisch bestempelden, kunnen we vandaag als zeer realistisch ervaren. De vraag die hierbij gesteld moet worden is: wat verstaan we onder realiteit? Hierover denkt ieder mens verschillend, ieder heeft zijn eigen perspectief. Willen we het beeld – en onze beeldvorming daarvan – perspectief geven dan is het noodzakelijk dat we ons bewust zijn van de verschillende realiteiten en ons daarvan ook rekenschap geven. Zich rekenschap gevende van de verschillende realiteiten kiezen we de uiterlijke vorm van het beeld: soms gemakkelijk herkenbaar, dan weer hoog abstract, al naar gelang de noodzaak en mogelijkheden.

Frits Vanèn (20)

Amersfoort, 1933 Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten Den Haag | École Nationale Supérieure des Beaux Arts Parijs
Woont en werkt in Bussum

Frits Vanèn begon als schilder maar transformeerde via een peinture-écriture tot beeldhouwer. Met gebruikmaking van de elementaire geometrische vormen vierkant, cirkel en driehoek – waar organische vormen aan toegevoegd worden – komt hij tot ruimtelijke werken waarin openheid, transparantie en beweeglijkheid de aandacht trekken en waarin kleur een belangrijke rol speelt. Het werk roept zowel associaties op met functionele, architectonische vormen als met verborgen natuurwetten en bevat symbolische betekenissen of elementen. Zijn beelden komen tot stand met behulp van een systematische ordening en constructie. Het stalen beeld Existentie (1990) bestaat uit drie segmenten van cirkels die eindigen in een poort. Het lijkt alsof het ritme van het bestaan eindigt met een open deur.

Leo de Vries (12)

(12) Leo de Vries, Torso, 1993; graniet; 90 x 250 x300 cm

Amsterdam, 1932-1994 Rijksacademie van Beeldende Kunsten Amsterdam
Woonde en werkte in Amsterdam

Hoewel hij ook een begaafd modelleur was, bleef Leo de Vries zijn hele leven trouw aan zijn grote liefde: het harde weerbarstige steen en het veroveren van vorm uit massa. De Vries realiseerde grote, monumentale plastieken in de openbare ruimte in het hele land. Het granieten beeld Torso (1993) is een prachtige representant van zijn gehele oeuvre, dat bestaat uit krachtige en heldere beelden in een uitgesproken plastische vormentaal, nauwelijks aan het blok ontworsteld, uit meerdere delen samengesteld tot monumentale werken die aards en spiritueel tegelijk zijn.

Adrie Verhoeven (16)

(16) Adrie Verhoeven, 2002 Het dagelijkse leven van de steen, hardsteen,graniet 200 x 80 x 80 cm

Berkel Enschot, 1952
Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving ‘s-Hertogenbosch
Woont en werkt in Kerkdriel
www.adriverhoeven.nl

De fascinatie voor de steen loopt als een rode draad door het
leven van Adri Verhoeven. Het materiaal staat volgens hem voor
duurzaamheid, hechtheid en grondvesting. Zijn beelden bestaan
uit combinaties van stenen. Gladde gepolijste exemplaren vleien
zich tegen ruwe onbewerkte blokken. Doordat de stenen op
elkaar gericht zijn, elkaar aanraken, manifesteren ze zich. De
schijnbare tegenpolen wijzen naar elkaar en trekken elkaar aan.
Ruw en glad, bewerkt en onbewerkt, grijs en gekleurd: allemaal
manieren waarop een steen zich laat zien. De beelden lijken de
tijd stil te zetten.
”Als je dicht bij steen komt is het net of er een intimiteit met het
leven ontstaat, dan nader je de essentie van het bestaan”, zegt
Adri Verhoeven over zijn materiaalgebruik. “Echt toelaten doet
de steen je niet, je blijft aan zijn buitenkant. Als je hem
openbreekt of zijn huid polijst toont hij een nieuwe buitenkant.
De statische steen lijkt in een pose te verkeren, onbeweeglijk en
wachtend. Het is fascinerend om de vorm die je wilt hebben uit
zo’n ruw blok tevoorschijn te halen. Alles wat overblijft is een
soort consistente kern. Het leven van de steen speelt zich af in
een voor ons ongrijpbare dimensie. Honderd jaar is niets voor
een steen, een miljard jaar is voor ons niet te bevatten. Stenen
tonen de tijd.”

 

Niko de Wit (19) (36)

(19) Niko de Wit, Leunen-overhellen, 1984; gietstaal; 160 x 150 x 46 cm

Bergen op Zoom, 1948 Academie voor Beeldende Vorming Tilburg
Woont en werkt in Tilburg
www.nikodewit.nl

Als een koorddanser balancerend op het strak gespannen koord, zo verkent Niko de Wit in zijn werk de grenzen van het evenwicht. Zijn beelden lijken op wonderbaarlijke wijze in balans te blijven, op de rand van wat de natuurwetten voorschrijven. Wie om de beelden heen loopt, ondergaat de merkwaardige sensatie vanuit elke hoek een ander beeld te zien, met steeds weer die spanning tussen massa en zwaartekracht, een lichtvoetig loopje met de natuurkunde die veel meer blijkt toe te staan dan wij met onze nuchtere benen op de grond durven te geloven. De Wit ontleent zijn vormentaal aan eenvoudige dingen als een pakje boter, een stuk kaas of een architectonische vorm. (Bewerking tekst Chris Bergman)

(36) Niko de Wit, Zonder titel, 1983-85; cortenstaal; 500 x 100 x 600 cm

Fredy E. Wubben (10)

(10) Fredy E. Wubben, Binnenste Buiten, 2002; brons; 135 x 150 x 40 cm

Den Haag, 1940 Vrije Academie Den Haag | Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten Den Haag
Woont en werkt in Delft en Alfaz del Pi, Alicante, Spanje
www.fredywubben.nl

Fredy E. Wubben is een kunstenaar die het experiment niet schuwt. In haar oeuvre is naast een poëtische benadering van haar beelden ook steeds een eigenzinnige materiaalbehandeling waar te nemen. De dialoog tussen kunstenaar en materiaal is voor haar een vast uitgangspunt. Een open houding waarin zij de materialen (brons, hout, glas, staal e.a.) op hun eigenschappen ‘ondervraagt’. In het beeld Binnenste Buiten (2002) verkent ze de mogelijkheden van materiaal en vorm. Een bronzen beeld met de onmiskenbare sporen van de oorsprong van de houten boomstam nog in zich. Maar nu opnieuw gerangschikt en gegoten in brons waardoor het beeld een dubbele betekenis krijgt. Natuur en cultuur in een beeld gevangen. De natuurlijke buitenkant, alleen van zijn schors ontdaan, en een bewerkte binnenkant waarin de ruwe en gepolijste huid van het brons een duel aangaan.

Margot Zanstra (17)

(17) Margot Zanstra, Triangular Duplication, 1986-96; gecoat staal; driehoek zijde 220 cm, hoogte 180 cm

Laren, 1919 – Amsterdam, 2010 Balletopleiding; als kunstenaar autodidact
Woonde en werkte in Amsterdam

Margo Zanstra koos de geometrie als uitgangspunt en ontwikkelde haar beelden aan de hand van concrete objecten die ze geometrisch uitwerkte. Hoewel de wiskundige discipline in al haar werken zichtbaar bleef, veroorloofde ze zich de vrijheid ongedwongen met de vormen om te gaan, zodat logische structuren in uiteenlopende variaties het resultaat waren. In de vele monumentale werken die zij in ons land plaatste, is die kenmerkende heldere vormentaal, waarin ritmiek en balans een belangrijke rol speelden, terug te vinden. Het beeld Triangular Duplication (1986-96) bestaat uit soepele driehoekige vormen die in units tot een geheel geschakeld zijn. Zanstra speelt met vormen, waardoor een ingewikkeld lijnenspel waarneembaar is op dit uit gebogen vlakken opgebouwde beeld. Het subtiele contact met de aarde doet denken aan het contact van de voet van de balletdanseres met de aarde: staand en zwevend tegelijk.

Gonda van der Zwaag (3)

(3) Gonda van der Zwaag, Hoornboom, 2010; polyester, h. 350 cm, Ø kruin 260 cm

Heerenveen, 1951
Gerrit Rietveld Academie Amsterdam
Woont en werkt in Plasmolen
www.gondavanderzwaag.nl

“Ik houd van bomen en van horens. Bomen om hun standvastige levensdrift, oprijzend uit de aarde met vertakkingen die reiken naar het licht. Horens om de klare lijn van hun vorm en om hun vervaarlijke uitstraling, want bedoeld voor verdediging en aanval. In het beeld Hoornboom heb ik beide elementen bij elkaar gebracht. De liefelijke boom heeft scherpe punten gekregen. Ongemakkelijk misschien, maar beter voorbereid op de strijd om het bestaan.”